rudolf höß 11
«Vier dagen later, op 16 april 1947... werd Höss opgehangen in het kamp dat hij had gebouwd en waarover hij het bevel had gevoerd. In het proces-verbaal staat dat hij 'tot het einde volkomen kalm bleef en geen laatste wensen uitte.' Opmerkelijk in de slotverklaring van Höss is het ontbreken van enige verwijzing naar joden. Bekering, vooral voor misdaden die zo ernstig zijn als die van Rudolf Höss, is een proces en zelden één enkele daad. Höss begón de weg van bekering. Hij maakte de reis niet af. Degenen die erkenning willen onthouden omdat zijn berouw onvolledig was, moeten bedenken dat weinig of geen collega's van Höss ook maar enige spijt betuigden. Wat bewoog Höss daartoe? Professor Batawia, de Poolse gevangenispsychiater die we al eerder hebben geciteerd, merkte het traumatische effect op Höss op, van de ineenstorting van Duitsland en de weigering van elke verantwoordelijkheid door de twee mannen die er het meest verantwoordeli...