god bij ons
eind september 1937 Jezus kwam vandaag naar de hoofdingang onder het mom van een arme jongeman. Deze jongeman - uitgemergeld, blootsvoets en blootshoofds, en met zijn kleren aan flarden - was bevroren omdat het een koude en regenachtige dag was. Hij vroeg om iets warms te eten. Dus ging ik naar de keuken, maar vond daar niets voor de armen. Maar na een tijdje zoeken, slaagde ik erin wat soep te vinden die ik opwarmde en waarin ik wat brood verkruimelde en ik gaf dat aan de arme jongeman, die het at. Terwijl ik de kom van hem aannam liet hij mij weten dat Hij de Heer van hemel en aarde was. Toen ik Hem zag zoals Hij was, verdween Hij uit mijn gezicht. Toen ik weer naar binnen ging en nadacht over wat er bij de poort was gebeurd hoorde ik deze woorden in mijn ziel: 'Mijn dochter, de zegeningen van de armen die Mij zegenen als ze deze poort verlaten, hebben Mijn Oren bereikt. En jouw mededogen, binnen de grenzen van gehoorzaamheid, heeft Mij behaagd, en dat is de reden waarom Ik van M...